dinsdag 22 mei 2012

Wonen in een wijk met walrussen, waters en wonderwinden

Bloemen, bomen, schilders en zeehelden... dergelijke thema's waren jarenlang favoriet bij straatnaamgevers. Maar tegenwoordig zijn gemeentes graag wat creatiever dan dat. Maar waar vind je een geschikt thema dat voldoende namen bevat voor alle nieuwe straten in de wijk? In de wijk Fascinatio in Capelle aan den IJssel hebben ze alle straten genoemd naar namen uit één kinderboek. Ze zijn zelf nog ietsje verder gegaan dan dat.

Fascinatio bestaat sinds 2011, en is daarmee de jongste wijk van Capelle aan den IJssel. Bij de ontwikkeling van de wijk heeft men gekozen voor een kindvriendelijke en ruime opzet, met veel groen en water, en een opvallende architectuur. De wijk is geïnspireerd op het sprookjesboek 'Fascinatio, de wonderwind' van Tom Manders jr. (de zoon van Tom 'Dorus' Manders). In het boek vertelt de oude walrus Articus in zijn ijsgrot aan zijn kleinzoon Difoe over zijn vrienden: zon, maan, aarde, water en wind. De harmonieuze wereld uit het boek is zo veel mogelijk naar de verschillende elementen van de wijk vertaald. Zelfs de architectuur van de woningen en het ontwerp van de straatlantaarns en bruggen in de wijk zijn geïnspireerd op het boek.

De straten in de wijk zijn allemaal genoemd naar namen uit het boek. Dat zijn allemaal bijzondere namen, en dat levert dus ook bijzondere straatnamen op. De 1e en 2e Articuslaan zijn genoemd naar de oude walrus Articus, en het Difoehof is natuurlijk genoemd naar zijn kleinzoon. De zon, de maan en de aarde komen terug in de Solislaan, de 1e en 2e Lunarelaan en de 1e en 2e Terralaan. De Flatusstraat, de Desertosingel en de Grateastraat zijn respectievelijk genoemd naar de poolwind, de woestijnwind en de maanwind. En zo zijn er nog meer straten met originele namen zoals Educatusstraat, Tjaliehof, Pulsi Balonishof en Pensorishof. De wijk wordt omzoomd door de Fascinatio Boulevard. Stuk voor stuk unieke straatnamen in Nederland. Als het doel was om origineel en creatief te zijn, dan zijn ze daar wel in geslaagd.

Wonen in de Schetenstraat?

In het Jeugdjournaal van 19 mei jl. zat een item over de Flatusstraat in Facinatio. Want 'flatus' is niet alleen de naam van de poolwind in het boek, maar het is ook een sjiek woord voor 'scheet'. Dat levert toch heel andere associaties op dan 'poolwind'... Enkele bewoners hebben de gemeente al gevraagd om de naam te wijzigen. Het Jeugdjournaal ging op onderzoek uit: willen kinderen wel wonen in de 'Schetenstraat'? De meeste kinderen vinden de straatnamen in de wijk eigenlijk gewoon wel leuk, en zij vinden het ook niet zo belangrijk wat een straatnaam precies betekent. Maar een kwart van de kinderen woont liever niet in een straat met een vieze naam, zoals 'Schetenstraat'.

Bekijk hier de uitzending van het Jeugdjournaal (vanaf 7:21):

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

dinsdag 15 mei 2012

Een Piet Heinstraat die niet naar Piet Hein is genoemd, maar naar Piet Hein

Verspreid over het land liggen meer dan honderd straten, wegen, lanen en pleinen die naar de zeeheld Piet Hein zijn genoemd. Ook in Utrecht ligt een Piet Heinstraat, maar daar is wel iets bijzonders mee aan de hand. Die straat is namelijk niet naar Piet Hein (de zeeheld) genoemd... maar naar Piet Hein (de aannemer).

De zeeheld Piet Hein werd in 1577 geboren in Delfshaven als zoon van een schipper. In zijn jeugd werd hij een paar keer door de Spanjaarden gevangen genomen, maar gelukkig ook steeds weer vrijgelaten. Vanaf 1607 werkte hij een tijdlang als stuurman en schipper voor de Vereenigde Oostindische Compagnie. Eind 1623 trad hij in dienst bij de toen net opgerichte West-Indische Compagnie. Hij werd benoemd tot viceadmiraal, en later ook tot admiraal en kapitein-generaal. In die functie had hij het militaire opperbevel van alle Nederlandse activiteiten in Amerika.

De Tachtigjarige Oorlog verliep op dat moment niet zo goed voor de Nederlanden en de economie liep sterk terug, en dus kreeg Hein de opdracht om steden te veroveren en daar waar mogelijk vijandelijke schepen in beslag te nemen. Hij is natuurlijk vooral bekend door de verovering van de Spaanse zilvervloot in de Baai van Matanzas (bij Cuba) in september 1628. Mensen die niet weten dat hij een van onze grootste zeehelden is, die kennen toch op zijn minst wel het triomfantelijk lied: ♪♫ 'Piet Hein, zijn naam is klein, zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot, hij heeft gewonnen de Zilvervloot!' ♫♪ Die overwinning leverde bijna vijftien miljoen gulden op, en dat was toen - nog veel meer dan nu - een gigantisch bedrag. Het was een keerpunt in de Tachtigjarige Oorlog, want plotseling was er geld in overvloed. Piet Hein keerde als een held terug naar Europa. Daar sneuvelde hij een jaar later al in een strijd met drie kaperschepen.

Zo'n grote held verdient natuurlijk een eigen straatnaam. Vandaar dat in zeeheldenbuurten tussen de Michiel de Ruyterstraat, de Maarten Trompstraat, de Karel Doormanstraat en de Jan van Galenstraat ook altijd wel ergens een Piet Heinstraat ligt. In Utrecht hebben ze ook al vele jaren een Piet Heinstraat. Maar daar zijn Michiel, Maarten, Karel en Jan in geen straten, velden of wegen te bekennen. In de directe omgeving liggen wel de Minstraat, de Abstederdijk en de Nicolaasweg. Stuk voor stuk historische namen. De Utrechtse straatnaamonderzoeker Cees Druppel ontdekte bij het samenstellen van het Straatnamenlexicon van Utrecht dat de Piet Heinstraat in Utrecht niet is genoemd naar de beroemde admiraal, maar naar een lokale aannemer. Deze Piet Hein liet rond 1887 een huizenblok bouwen, en de straat werd vervolgens naar hem genoemd: de Piet Heinstraat.

Het gebeurde in die tijd wel meer dat straten werden genoemd naar de aannemer die de huizen liet bouwen. Of anders wel naar hun vrouwen en kinderen - die mochten soms de eerste steen leggen. Zo zijn de huizen langs de Martenstraat in Groningen in 1878 gebouwd door de aannemer Arend Marten Prins, naar wie de straat ook genoemd is. Een straat verder ligt de Annastraat; die is genoemd naar Anna, zijn dochter. In Rotterdam zijn de Leeuwensteinstraat en de Steinwegstraat vernoemd naar Arij Leeuwenstein en Peter Steinweg - twee zwagers - die als aannemers de voortrekkers waren voor de bouw van deze straten in 1889. In Delft zijn de Eliza Dorusstraat (1891) en de Willemstraat (1899) genoemd naar de kinderen van de aannemers die de bouw voor hun rekening namen. Veel steden waar aan het eind van de negentiende eeuw flink gebouwd werd, hebben zo hun eigen 'aannemersstraten'.

Ieder mens moet doen waar hij goed in is. De een verovert met zijn schip een zilvervloot die miljoenen waard is, de ander bouwt een mooi rijtje huizen aan de rand van de stad. In beide gevallen geldt: zijn daden bennen groot... Maar sommige daden bennen toch net wat groter dan andere daden, en dus verdient de een er honderd straatnamen mee en de ander maar één. Tja, verschil moet er wezen.

dinsdag 8 mei 2012

Een plaats voor Pim Fortuyn

Bij het vernoemen van straten naar personen wordt in Nederland in het algemeen de regel aangehouden dat de persoon minimaal tien jaar dood moet zijn. Die regel nemen ze in Rotterdam heel precies: Pim Fortuyn werd op 6 mei 2002 iets na zes uur 's avonds neergeschoten op het Media Park in Hilversum, en op 6 mei 2012 - (bijna) precies tien jaar later - werd in het centrum van Rotterdam om zes uur het straatnaambord van de 'Pim Fortuynplaats' onthuld. Het is de eerste officiële straatnaam die in Nederland naar Pim Fortuyn is genoemd.

Sinds afgelopen zondag heet het plein langs de Korte Hoogstraat in de Rotterdamse binnenstad de Pim Fortuynplaats. Niet iedereen is het eens met de keuze voor deze plek. Een deel van de Fortuyn-volgers vindt dit pleintje tussen de hoge gebouwen veel te nietig. Zij hadden liever gezien dat er een grote belangrijke straat naar hem genoemd zou worden, op een prominente plek. Anderen vinden dit juist een gepaste locatie: op het plein staat immers al sinds 2003 een borstbeeld van de politicus, en ieder jaar wordt daar ook zijn sterfdag herdacht. Deze keer kreeg de herdenking een speciaal tintje met de straatnaamvernoeming.

Gemeentes kiezen er niet zo maar voor om een bestaande straat te hernoemen. Vaak levert dat veel gedoe op doordat bewoners gaan klagen dat ze hun adreswijziging overal door moeten geven. Bedrijven vragen daar in de regel zelfs een financiële compensatie voor. Maar aan de Pim Fortuynplaats woont niemand; er staat alleen een kantoorgebouw dat deels leegstaat. Het Schielandhuis (waarin Museum Rotterdam gevestigd is) staat tegenover het plein, maar dat houdt gewoon Korte Hoogstraat 31 als adres. Het hernoemen van het stukje van de Korte Hoogstraat kan dus zonder problemen worden doorgevoerd.

Politieke moorden

Direct na de moord op Pim Fortuyn werd deze meteen in een klassiek rijtje met 'politieke moorden' in Nederland geplaatst. Fortuyn staat in dat rijtje samen met Floris de Vijfde, Willem van Oranje, en de gebroeders De Witt.
  • De moord op graaf Floris V in 1296 wordt gezien als de eerste politieke moord in Nederland. Floris woonde op het Muiderslot. Na een conflict met enkele mede-edelen werd hij ontvoerd en uiteindelijk vermoord. Her en der zijn er in Nederland straten naar hem genoemd, zoals de Floris V-laan in Waalwijk en de Graaf Floris V weg in Hollandsche Rading.
  • De moord op Willem van Oranje in 1584 is waarschijnlijk de meest bekende politieke moord. Hij wilde vechten voor vrijheid in Nederland en organiseerde de opstand tegen de Spaanse koning. Die verklaarde Willem vogelvrij. Balthasar Gerards ging voor de beloning en schoot Willem van Oranje neer in Delft. Natuurlijk zijn er in het hele land straatnamen te vinden die genoemd zijn naar onze 'Vader des vaderlands'.
  • Een derde bekend voorbeeld van een politieke moord is de moord op de gebroeders De Witt in 1672. Johan de Witt was op dat moment al bijna twintig jaar de belangrijkste politicus van het land, en hij werd alom gewaardeerd. Maar toen Nederland aan alle kanten in oorlogen verzeild raakte, werd hij samen met zijn broer Cornelis als schuldige aangewezen en op wrede wijze vermoord. In het hele land liggen straten, lanen en plantsoenen die naar Johan of Cornelis zijn genoemd.Of naar allebei.
Floris de Vijfde, Willem van Oranje, en de gebroeders De Witt... het is wel een eer voor Pim Fortuyn om in dat rijtje genoemd te worden, lijkt me.

Meer Fortuyn

De 'Pim Fortuynplaats' is de eerste officiële straatnaam die in Nederland naar Pim Fortuyn is genoemd. Maar er zijn al wel andere straten met 'Fortuijn' of 'Fortuyn' erin. Als die niet naar Pim Fortuyn genoemd zijn, naar wie dan wel?
  • Het Droogleever Fortuynplein in Rotterdam en de Mr. P. Droogleever Fortuynweg zijn genoemd naar de Rotterdamse zakenman Pieter Droogleever Fortuyn. Hij was wethouder in Den Haag, burgemeester in Rotterdam en zat ook nog in de Eerste en de Tweede Kamer.
  • Het R.J.H. Fortuynplein en de R.J.H. Fortuynstraat (beide in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam) zijn genoemd naar Mr. R.J.H. Fortuyn de zich als bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij en voorzitter van de Koninklijke Nederlandsche Reedersvereeniging inzette voor de Nederlandse scheepvaart.
  • In Lelystad hebben ze in een wijk de straten genoemd naar VOC-schepen. Tussen de Saerdam, het Vliegent Hert, het Zeepaert en de Eendragt ligt ook een straat met de naam 'Fortuyn'. Het schip met die naam vertrok in 1723 voor zijn eerste reis van Texel richting Batavia, maar raakte ergens voorbij Kaap de Goede Hoop verloren.
  • Over de Ir. L.G.H. Fortuijnrotonde in Reeuwijk heb ik onlangs al geschreven in het artikel Straten voor prinsen, sporthelden... en ingenieurs!
Van het Fortuynhof in Breda en het Fortuijnplein in Groot-Ammers is me niet bekend waar ze hun naam precies aan ontlenen. Maar die namen zijn al in respectievelijk 1951 en 1987 vastgelegd. Het lijkt me dus onwaarschijnlijk dat die naar Pim Fortuyn genoemd zijn.

Sinds een paar dagen hoort de Pim Fortuynplaats ook in dit lijstje. Zouden er de komende jaren nog meer straten naar Pim Fortuyn worden genoemd? Herinner me er over een jaar aan dat ik dan eens kijk of er nog nieuwe zijn bijgekomen.

dinsdag 1 mei 2012

Delftenaren ontdekken tientallen nieuwe paddensoorten!

De biologische wereld staat op zijn kop. Er zijn in Delft namelijk ruim zestig nieuwe paddensoorten ontdekt. Een revolutionaire vondst. De padden hebben allemaal ook al namen gekregen. De namen zijn afgeleid van de uiterlijke kenmerken of van de locatie waar de padden zich het liefst bevinden.

In het zuiden van Delft is bijvoorbeeld de kreekrugpad gevonden, een diertje dat zich bij voorkeur op kreekruggen bevindt. Iets dergelijks geldt ook voor de oeverloperpad, die niet ver van de kreekrugpad gevonden werd. De salamanderpad heet waarschijnlijk zo, omdat hij zo op een salamander lijkt. Een bijzondere ontdekking is die van de pijlstaartpad, omdat er nog helemaal geen padden met staarten bekend waren. Padden hebben als larve wel een staartje, maar die verliezen ze binnen een paar weken weer. Verrassend is ook de ontdekking van de scholeksterpad, de lepelaarpad, de tureluurpad en de ijsvogelpad - want zouden deze padden werkelijk lijken op de vogels waar ze naar genoemd zijn? Op andere plekken in Delft werden ook nog de oceaanpad, de polderpad, de houtpad en de diamantpad ontdekt. Bij ieder pad kun je je wel bedenken waarom hij zo genoemd is. Het schijnt dat de verzetspad dapper weerstand bood bij zijn ontdekking.

Gaat het hier werkelijk om allemaal nieuwe soorten padden, in de familie van de Bufonidae? Nee, natuurlijk niet. Het zijn geen padden, maar paden! Maar je kunt ze wel allemaal vinden in Delft, net als nog ongeveer vijftig andere padden, ehh.. paden.

In de wijk Tanthof-Oost - in het zuiden van Delft - zijn alle straten naar dieren genoemd. Tussen de Vlinderweg, de Otterlaan, de Wezelstraat en de Kikkerweg kronkelt een fietspad: het Kreekrugpad. Met zo veel dieren om je heen is het helemaal niet vreemd om aan te nemen dat de kreekrugpad ook een dier is. En als het een eigen straatnaam heeft gekregen, moet het wel een bijzonder beestje zijn. Wat juist wél vreemd lijkt, is dat deze straatnaam als enige in de buurt geen achtervoegsel zoals -weg, -laan of -straat heeft gekregen. Waarom zou dat zijn? Waarom is het niet de Kreekrugpadweg? Het antwoord laat zich gemakkelijk raden: de kreekrugpad bestaat helemaal niet. Maar hét Kreekrugpad wel. In de wijk zijn bijna alle straten naar dieren genoemd, maar het Kreekrugpad ontleent gewoon zijn naam aan het feit dat het een heel oude kreekrug volgt. De naamgeving is niet heel consistent, maar historisch is het wel weer interessant. Misschien is het wel een heel oud pad, dat je heel vroeger al over een verhoging door het drassige landschap leidde. Iets verderop ligt trouwens het Salamanderpad, tussen de Reeweg en de Hazenlaan. Het is gewoon een pad dat naar een salamander is genoemd. Jammer eigenlijk.

Er is in Delft ook een Linnaeuspad, genoemd naar Carolus Linnaeus. Linnaeus was de zoöloog die aan de basis stond van de zoölogische nomenclatuur, het systeem voor de wetenschappelijke naamgeving van dieren. Je kunt je afvragen wat hij voor wetenschappelijke naam bedacht zou hebben voor de kreekrugpad. Bufo ripa misschien?

Foto: Delgrosso

dinsdag 24 april 2012

Straten voor prinsen, sporthelden... en ingenieurs!

Ingenieurs zijn goede mensen. Die lossen namelijk allerlei problemen op en daar worden we allemaal beter van. Goede reden om ook zo af en toe een een straatnaam naar een ingenieur te noemen.

Het is lastig om vast te stellen hoeveel straatnamen er in Nederland naar ingenieurs genoemd zijn. Er zijn namelijk nogal wat straatnamen naar personen vernoemd, en dan zou je van al die personen moeten uitzoeken of ze wellicht ook ingenieur waren. Wat ik wel weet is dat er circa honderd straten zijn waar 'ir' of 'ingenieur' onderdeel is van de straatnaam.

Ingenieurs die hun straten wel verdiend hebben

De ingenieurs waar met afstand de meeste straatnamen in Nederland naar genoemd zijn Simon Stevin, Jan Adriaanszoon Leeghwater en Cornelis Lely.

Simon Stevin (1548–1620) was een veelzijdig ingenieur die zich met allerlei problemen bezighield op het gebied van de wiskunde, natuurkunde, scheikunde en sterrenkunde. Sterker nog: hij introduceerde die vier woorden in de Nederlandse taal! Hij leverde belangrijke bijdragen aan de mechanica, bouwde de eerste zeilwagen en vond het decimale stelsel voor breuken uit. Er zijn in Nederland ongeveer zestig straten naar hem genoemd. Zijn zoon Hendrik was ook ingenieur - hij ontwikkelde bijvoorbeeld het eerste plan om de Zuiderzee af te sluiten - en ook naar hem zijn een paar straten genoemd.

Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575-1650) was een molenbouwer en waterbouwkundige. Hij is bekend door zijn werk aan de droogmakerijen, zoals de Beemster, de Schermer en de Purmer. Hij maakte ook een revolutionair plan voor de drooglegging van het Haarlemmermeer. Naast molens maakte hij ook meubels, uurwerken en speelwerken. Ook naar Leeghwater zijn in Nederland ongeveer zestig straten naar genoemd.

Waterbouwkundig ingenieur Cornelis Lely (1854-1929) is bekend als de grote man achter de afsluiting van de Zuiderzee (met de Afsluitdijk) en de drooglegging van delen ervan. Als dank voor zijn inspanningen zijn er niet alleen ruim veertig straatnamen naar hem genoemd, maar ook een hele stad: Lelystad. Lely was trouwens niet alleen ingenieur maar ook een tijdlang minister; dat heeft hem nog wel wat extra straatnamen opgeleverd.

Nog een paar ingenieurs

Naast deze beroemde ingenieurs zijn er nog veel andere - net wat minder beroemde - ingenieurs waar straten naar genoemd zijn. Ik pluk nog even wat willekeurige andere ingenieursstraatnamen van de kaart.
  • Ir D S Tuijnmanweg in Vianen - Danny Tuijnman (1915-1992) was een Zeeuwse landbouwkundige die als minister van Verkeer en Waterstaat in het eerste kabinet-Van Agt de nationale strippenkaart invoerde.
  • Ir B Kersjesweg in Braamt - Bernardus Kersjes is in 1849 in Braamt geboren. Hij zette zich actief in voor allerlei activiteiten in het openbare leven.
  • Ir. B.P.G. v Diggelenkade in Kampen en Ir van Diggelenstraat in Hulst - Benjamin van Diggelen (1815–1868) is bekend van zijn ambitieuze plan voor droogmaking van de Zuiderzee, dat hij in 1849 presenteerde. Zijn plan voorzag in de bedijking van de gehele Zuiderzee, de Friese Wadden en de Lauwerszee.
  • Ir CM van der Slikkeleane in Berltsum/Berlikum - C.M. van der Slikke was een rijkstuinbouwconsulent die belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van de tuinbouw in Berltsum.
  • Ir. Mr. Dr. van Waterschoot van der Grachtstraat in Heerlen - Willem van Waterschoot van der Gracht (1873-1943) was een mijnbouwkundige die aan het begin van de twintigste eeuw werkte voor de Rijksopsporing van Delfstoffen. Hij ontdekte bijvoorbeeld steenkool in de Brabantse Peel. (Blijkbaar houden ze in Heerlen wel van ingenieurs met lange achternamen, want daar hebben ze ook nog een Dr. Ir. Ross van Lennepstraat. Ross van Lennep was directeur bij de voormalige staatsmijnen.)

 

Ingenieur Fortuijn en de turborotonde

Het mooiste voorbeeld van een straatnaam die naar een ingenieur genoemd is, vind ik toch wel de Ir. L.G.H. Fortuijnrotonde in Reeuwijk. Dat is niet zo maar een rotonde, maar een heuse turborotonde. Een turborotonde is zo'n rotonde met twee rijstroken waar je al de juiste strook moet kiezen voordat je de rotonde oprijdt. Om te zorgen dat je de juiste strook kiest, wordt al ruim voor de rotonde met borden en wegmarkering aangegeven welke strook je moet nemen.

De eerste turborotonde werd in 2000 geopend in Barendrecht en sindsdien schieten ze als paddenstoelen uit de grond. Dat komt omdat ze allerlei voordelen bieden ten opzichte van een gewone tweestrooksrotonde: doordat er minder snij- en weefconflicten voorkomen is een turborotonde veiliger, en de doorstroming is op een turborotonde ook nog eens stukken beter. In het buitenland kun je tegenwoordig ook wel her en der een turborotonde vinden, maar de meeste liggen toch gewoon in Nederland. Dat is niet zo vreemd, want het is ook een Nederlandse vinding. De bedenker is ingenieur Bertus Fortuijn. En de turborotonde in Reeuwijk is dus naar hem genoemd! Dat is nog eens een gepast eerbetoon.

Het gebeurt niet vaak dat er straten worden vernoemd naar mensen die nog leven. Sporthelden en leden van het koninklijk huis zijn de belangrijkste uitzonderingen. Maar blijkbaar maak je als ingenieur ook kans om nog tijdens je leven een straatnaam naar je vernoemd te krijgen. De reden dat men liever geen straten naar nog levende personen noemt, is dat het risico bestaat dat die persoon later in zijn leven vervelende dingen gaat doen. En in het ergste geval moet je de straatnaam dan weer aanpassen. Bij een rotonde is dat probleem niet zo groot. Daar wonen toch geen mensen aan, dus die straatnaam kun je als dat nodig is nog relatief eenvoudig wijzigen.

Ben je ingenieur en wil je graag dat er een straat naar je genoemd wordt? Dan moet je maar snel aan de slag gaan met het bedenken van een briljant nieuw wegenconcept!

dinsdag 17 april 2012

Laan van Nieuw Oosteinde of Laan van Nieuw Oost-Indië? Of allebei?

De Laan van Nieuw Oosteinde is een belangrijke weg tussen Voorburg en Den Haag. Als je de gemeentegrens passeert, heet de weg in Den Haag ineens Laan van Nieuw Oost-Indië. Dat lijkt er aardig op, maar het is toch nét twee lettertjes anders. Dat kan toch haast geen toeval zijn...

Die weg ligt er al eeuwen. In de loop der tijd heeft hij een aantal verschillende namen gehad. Het was in die tijd helemaal niet ongebruikelijk dat een straatnaam in de volksmond veranderde. Dat gebeurde bijvoorbeeld als een belangrijke eigenschap, bewoner of bestemming veranderde. In de vijftiende eeuw leidde de weg naar de hofstede 'De Werve' in Voorburg. De weg werd daarom eeuwenlang 'Werflaen' of 'Wervelaan' genoemd. Vanaf de zeventiende eeuw moest iedereen die de weg wilde gebruiken tol betalen. Daar kwam pas in 1928 een einde aan. De weg naar de hofstede is ook nog een tijdlang 'Hoflaan' genoemd, en aan het eind van de achttiende eeuw komt ook nog de naam 'Nieuwe Laan' voor.

Aan het eind van de negentiende eeuw kreeg de straat zijn huidige naam. In 1886 werd in Voorburg de naam 'Laan van Nieuw Oosteinde' geregistreerd. En in 1894 werd voor het Haagse deel de naam 'Laan van Nieuw Oost-Indië' vastgelegd. Die naam wordt vaak afgekort tot 'Laan van NOI'. Het curieuze is dat zowel Voorburg als Den Haag een historische onderbouwing heeft bij de keuze voor de eigen schrijfwijze. De 'Laan van Nieuw Oosteinde' is namelijk genoemd naar het Voorburgse 'Huis Nieuw Oosteinde' dat vlak bij het huidige treinstation Laan van NOI moet hebben gestaan. Dit treinstation stond in de 19e eeuw overigens bekend als station 'Nieuw Oosteinde'. En de Laan van Nieuw Oost-Indië in Den Haag is genoemd naar een zeventiende-eeuwse herberg met de naam 'Nieuw Oost-Indië', die een paarhonderd meter noordelijker moet hebben gestaan, in de buurt van de Bezuidenhoutseweg. Daar is in beide gevallen geen speld tussen te krijgen...

Waarom noem je een huis 'Nieuw Oosteinde' of een herberg 'Nieuw Oost-Indië'? Ik weet het niet, maar bij allebei kan ik wel een verhaal bedenken. Hebben die herberg en dat huis werkelijk allebei bestaan? Dat weet ik ook niet. Ik heb er in ieder geval nog geen goede bronnen voor kunnen vinden, en beide gemeentes doen er in de verklaring van hun straatnaam ook een beetje schimmig over. Misschien weten zij het ook wel niet. Feit is dat beide namen al heel lang door elkaar worden gebruikt.

Een herberg en een huis met een nagenoeg gelijke naam, op tweehonderd meter van elkaar. Ik vind het wel een mooi verhaal. En het is natuurlijk ook goed mogelijk. Ik stel voor dat we gewoon beide verklaringen voor waar aannemen, totdat het tegendeel bewezen wordt.

dinsdag 10 april 2012

Straatnamen zoeken tijdens de paasdagen: zijn er ook paasstraatnamen?

Tijdens de paasdagen vroeg ik me af of er in Nederland ook straatnamen naar het paasfeest genoemd zijn. Veel paaseieren heb ik dit weekend niet kunnen vinden. Misschien dat het zoeken van paasstraatnamen meer geluk oplevert.

Er zijn in Nederland ongeveer vijftig straatnamen die met 'Paas-' beginnen. De meeste daarvan liggen in Gelderland, Overijssel en Drenthe. Zou er een relatie zijn met het ontsteken van paasvuren? Want de traditie om tijdens de paasdagen een groot vuur te stoken, wordt in deze provincies actiever gevolgd dan in de rest van het land. Dit jaar vestigden de inwoners van Espelo (in Overijssel) nog een wereldrecord met het hoogste paasvuur dat ooit gemaakt is.

Een paasvuur maak je om gezien te worden. Daarom - en natuurlijk ook vanwege de veiligheid - maakt men een vuur van oudsher op een grote open plek zoals een plein of weiland, of bovenop een berg of heuveltop. De Paasheuvel in Vierhouten ontleent daar zijn naam aan, en zo ligt er ook de Paasberg nabij Oldenzaal en een Paasberg in Terborg. In dit gebied komen dan ook straatnamen voor als de Paasberg in Hardenberg, de Paasbergweg in De Lutte, de Paasbergerweg in Ede, de Paasbergstraat in Aalden, Paaskamp in Roden, Paasveen in Bunne, Paasweide in Steenwijk en Wijhe, en het Paasweiplein in Enschede. Aan de rand van Epe ligt zelfs een Paasvuurweg!

Er liggen ook straten met de naam 'Paasberg' in bijvoorbeeld Zoetermeer en Capelle aan den IJssel, en een 'Paasheuvelweg' in Amsterdam Zuidoost. Maar dat zijn geen echte! Die straten liggen allemaal in buurten waar bergen en heuvels uit de rest van het land vernoemd zijn. En dan mag een Paasberg of -heuvel natuurlijk niet ontbreken.

Een deel van de Overijsselse paasstraatnamen heeft overigens te maken met het dorp Paasloo. Die plaatsnaam heeft op zichzelf niks met het paasfeest te maken, maar duidt gewoon op zoiets als een doorgang of open plek in het bos. Van 'Paasloo' zijn vervolgens weer straatnamen afgeleid zoals de Paasloërweg (in Paasloo) en de Paasloostraat in Zwolle. En die hebben dus ook niks met het paasfeest te maken.

De mooiste paasstraatnaam die ik gevonden heb, is 'Paasavond' in Huissen (in de Lingewaard). Een doodlopende straat met een paar boerderijen... daar kun je vast ook goed eieren zoeken!

dinsdag 3 april 2012

Wie wil er wonen in Luilekkerland?

Luilekkerland is een land waar je niet hoeft te werken, maar de hele dag lekker kunt luieren. En eten, want men heeft er heerlijk eten en drinken in overvloed! De gebraden vogels vliegen er door de lucht, er lopen gebraden varkens rond met het mes alvast in de rug en de pannenkoeken groeien aan de bomen. Om er te komen moet je je wel eerst even een weg eten door de Rijstebrijberg, maar die moeite lijkt het wel waard. Luilekkerland is natuurlijk een droomwereld. Het bestaat niet echt. Maar zou je er wel echt kunnen wonen?

De oudste verhalen over Luilekkerland komen uit de Middeleeuwen. In die tijd was het leven niet zo luxe en het is wel te begrijpen dat men toen droomde van een land dat van alle gemakken voorzien was. In heel West-Europa kende men verhalen over Luilekkerland. In veel talen is de benaming van het land afgeleid van het Franse 'Pays de Cocagne' ('Koekenland', cocagne was een soort koek). In Duitsland kent men het als 'Schlaraffenland' (het oude woord 'Sluraff' betekent 'luie aap'). In Nederland wordt het land het naar Frans voorbeeld soms ook wel Land van Cocange genoemd, maar het staat hier ook al van oudsher bekend als 'Luilekkerland'. In Veelderhande Geneuchlicke Dichten, Tafel-spelen, ende Refereynen uit 1600 staat bijvoorbeeld al geschreven: "Van t'Luye-lecker-landt, twelcke is een seer wonderlijck, ouer schoon, ende costelijck Landt vol van alder gheneuchten, ende wellustighheeden".

In Nederland zijn twee plaatsen waarvan de naam is afgeleid van de Franse benaming voor Luilekkerland: Kockengen (in het noordwesten van de provincie Utrecht) en Koekange (in het zuidwesten van Drenthe). Beide dorpen hebben tegenwoordig een paarduizend inwoners. In de Middeleeuwen waren het ontwikkelingsgebieden waar pioniers een strook grond konden kopen om te ontginnen. Om de verkoop van de grond te stimuleren, werd de woestenij 'Luilekkerland' genoemd. Alsof de gebraden vogels er al door de lucht vlogen.

In Amsterdam heeft men in de buurt van het Linnaeusplantsoen (dat is overigens een straatnaam met alle verschillende klinkers erin, maar dat terzijde) een hele buurt met straatnamen die zijn genoemd naar droomlanden. Tussen Nirwana, Utopia, Paradijsplein en Hof van Eden ligt hier ook een Land van Cocagneplein. Maar we willen niet aan het Land van Cocagneplein wonen... we wonen liever in het Land van Cocagne zelf!

Er is in Nederland maar één echt Luilekkerland, en dat ligt in het oude centrum van Leeuwarden. Daar ligt een hofje met een rijtje huisjes die aan het begin van de zeventiende eeuw werden gebouwd voor de allerarmsten van de stad. Waarschijnlijk woonden er alleen vrouwen. Ze hoefden niet te betalen voor de huisjes (dat deed de kerk) en ze kregen eten en een kleine toelage. Genoeg te eten zonder dat je ervoor hoeft te werken - het lijkt me duidelijk waarom dit hofje in de volksmond de naam 'Luilekkerland' kreeg. Het is mooi dat die naam nu - eeuwen later - nog wordt gebruikt voor de officiële straatnaamgeving. Op het straatnaambord staat 'Lui lekkerland' overigens met een onjuiste spatie, en dat is natuurlijk wel jammer. Dat is toch een kleine smet op dit droomland. Maar wie maalt er om zo'n spatie als de pannenkoeken aan de bomen hangen?

Foto: Flip van Doorn

dinsdag 27 maart 2012

Wonen in de Wasstraat

Onlangs reed ik in Leiden door de Wasstraat. Een verrassende naam in een leuke buurt, maar er was natuurlijk in geen velden of wegen een wasstraat te zien!

De Wasstraat in Leiden heet niet zo omdat je er je auto kunt laten wassen. Nee, de straat is genoemd naar burgemeester François Was. En wat was Was eer Was burgemeester was? Was was van beroep advocaat en procureur. In 1883 werd hij raadslid in Leiden, en in 1894 werd hij daar benoemd tot burgemeester. Die functie zou hij vervullen tot drie maanden voor zijn dood in 1903.

Dat Was burgemeester van Leiden was, is natuurlijk ook precies de reden dat er een straat naar hem is genoemd. In veel steden en dorpen zijn buurten waar de straten naar burgemeesters genoemd. De Wasstraat in Leiden ligt ook in zo'n buurt waar allerlei burgemeesters vernoemd zijn, zoals zijn voorgangers Willem van der Brandeler en Louis de Laat de Kanter, en Nicolaas de Ridder en Nicolaas de Gijselaar die na Was burgemeester van Leiden waren.

Stel je voor dat je in een heel vieze auto rijdt en wordt aangehouden door een agent die vraagt waar je woont. Als je dan in alle eerlijkheid "in de wasstraat" antwoordt, zal hij je natuurlijk nooit geloven! Voor dat soort situaties is 'Wasstraat' natuurlijk een onhandige straatnaam. Maar ik vermoed dat François Was een gewaardeerd burgemeester was die toch echt een straatnaam verdiende. Een gemakkelijke oplossing is dan natuurlijk om het de Burgemeester Wasstraat te noemen, of eventueel de François Wasstraat.

Voor zo'n oplossing hebben ze in Pernis ook gekozen. Daar hadden ze geen burgemeester maar een dokter die Was heette. Hij richtte er in 1877 fanfarecorps Concordia op. In Pernis wonen nu mensen in de 'Dokter Wasstraat'.

dinsdag 20 maart 2012

Hoeveel straten kun je noemen naar de Vier Heemskinderen?


Het verhaal van de Vier Heemskinderen en hun ros Beiaard is een sage die zijn oorsprong vindt in de Middeleeuwen. Zo'n verhaal biedt natuurlijk een goed aanknopingspunt voor een paar mooie straatnamen. Minimaal vier, lijkt me. Want als je een straat naar een van de Heemskinderen noemt, dan mogen de andere drie niet ontbreken... zou je denken.

Eerst even over de sage - hoe zat het ook al weer? Het verhaal gaat over de vier zoons van ridder Aymon (een leenheer van Karel de Grote) en zijn vrouw Aye.  In het Nederlands is de naam van Aymon verbasterd tot 'Heymijn' of 'Heem' en daarom zijn zijn zoons ook bekend als de 'Heemskinderen', oftewel: 'de kinderen van Heem'. De vier zoons heten Reinout, Ritsaert, Writsaert en Adelaert. Reinout is nogal sterk , en daarom krijgt hij van zijn vader ook een groot en sterk paard: het beruchte ros Beiaard. Tijdens een hoogopgelopen ruzie doodt Reinout de zoon van Karel de Grote, waarna de vier broers vluchten op het ros. Karel neemt na een lange strijd hun vader Aymon gevangen, en eist dat hij het beruchte ros krijgt. Reinout wil zijn geliefde paard natuurlijk niet kwijt, maar staat hem onder druk van zijn moeder toch af. Karel geeft opdracht om het dier te laten verdrinken, maar het Beiaard is zo sterk dat hij keer op keer weet te overleven. Omdat Reinout het lijden van zijn paard niet langer aan kan zien, wendt hij zijn hoofd af. Beiaard interpreteert dit als desinteresse van zijn baas, en staakt zijn strijd. Uiteindelijk verdrinkt het paard - een tragisch eind aan het verhaal.

Straten voor de Vier Heemskinderen
De hoofdpersonen uit zo'n sage verdienen wel ergens een eigen straatnaam. Stel nou dat je ergens een straat naar één van de Vier Heemskinderen zou mogen noemen, welke zou je dan kiezen? En welke komt op de tweede plek? Het lot van de Vier Heemskinderen is zo aan elkaar verbonden, dat kiezen haast niet mogelijk is. Als je straatnamen ontleent aan dit verhaal, dan moet je toch minimaal de vier broers vernoemen. En liefst ook nog het beroemde paard als vijfde.

In Geldrop hebben ze sinds 1994 een Laan der vier Heemskinderen. Deze komt uit in het deel van de wijk Coevering waar het ridderthema is gebruikt voor de straatnamen. In de buurt liggen ook de Reinoutlaan, de Ritsaartlaan en de Adelaartlaan... maar geen Writsaertlaan! Wristaert heeft als enige van de vier broers geen eigen straatnaam gekregen! Er zijn wel straten genoemd naar Walewein (een van de onbekendere ridders van de Ronde Tafel), Roelant (ridder uit het Roelantslied) en Clarisse (een jonkvrouw uit het verhaal van de Zwaanridder), maar blijkbaar verdiende ridder Writsaert geen straatnaam. De reden hiervoor wordt al snel duidelijk als je de namen Ritsaert en Writsaert hardop uitspreekt: als je een ziekenwagen of taxichauffeur naar de Writsaertlaan stuurt, is de kans groot dat die in de Ritsaertlaan terechtkomt, of andersom. Achteraf had Aymon zijn zoon Writsaert beter gewoon Willem kunnen noemen.

Ook in de Eindhovense wijk Jagershoef zijn alle straten aan ridderverhalen ontleend. Ze hebben daar bijvoorbeeld straten die zijn genoemd naar Koning Arthur, Lancelot, Parcival (van de Ronde Tafel), de Elegast (die van 'Karel ende Elegast') en Roelant (weer die van het Roelantslied). Er ligt ook de Vier Heemskinderenlaan, met als zijstraten de Adelaertstraat en de Ritsaertstraat. Maar hier ontbreken zelfs twee van de vier broers in de straatnaamgeving. Dat Writsaert geen straat heeft gekregen in Eindhoven, heeft waarschijnlijk dezelfde oorzaak als in Geldrop. Dat de oudste broer Reinout hier ook geen straat kreeg, heeft er misschien mee te maken dat er in dezelfde wijk ook al een Reinaertstraat en een Reynhovestraat liggen. Toch zou ik dan zelf eerder de oudste van de Heemskinderen vernoemd hebben, en één van die andere straten achterwege hebben gelaten.

In Heemskerk is een nieuwe wijk met een Reynoutlaan, een Ritsaertlaan en een Adelaertlaan. Ook hier ontbreekt de laan voor Writsaert. De vierde laan in de wijk is genoemd naar het ros: de Beyaertlaan. Dat is dan wel weer aardig.

En Writsaert dan?
Er is in heel Nederland niet één plaats die Writsaert het voordeel van de twijfel heeft gegund en een straat naar hem vernoemd heeft. In Noordwijk komen ze daar nog het dichtst bij in de buurt. Vlak bij zee ligt daar de Heemborghpromenade - genoemd naar de Heemborg, de burcht van de Vier Heemskinderen. Om de huisnummering van het appartementencomplex overzichtelijker te maken, heeft men de vijf gebouwen officieel een eigen naam gegeven: Beyaert, Reinout, Adelaert, Ritsaert en... Writsaert!

Het is wel verrassend dat ze er bij de vijf (5!) gebouwen aan gedacht hebben om die naar de Vier (4!) Heemskinderen te noemen, want dan kom je zo op het eerste gezicht toch een naam tekort. Dat is net zoiets als bij vier gebouwen meteen denken aan de drie musketiers (met D'Artagnan erbij als vierde naam). Maar deze verrassende ingeving levert toch nog Writsaert dan gelukkig toch nog een vernoeming op!

dinsdag 13 maart 2012

De Willemsparkweg en de Willem Sparkweg - straatnamen voor Willem Spark

Wordt er wel eens een straat genoemd naar mensen die helemaal niet bestaan hebben? Dat komt inderdaad wel eens voor. Maar dan moet zo iemand die niet bestaan heeft natuurlijk wel iets bijzonders gepresteerd hebben. Zo iemand is Willem Spark.

Het verhaal van Willem Spark
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was in Sint-Michielsgestel een interneringskamp. In het kamp werden een paar honderd vooraanstaande Nederlanders gevangen gehouden, zoals politici, hoogleraren, advocaten en schrijvers. Onder hen waren bekende namen zoals Wim Schermerhorn, Jan de Quay, Piet Lieftinck, Max Kohnstamm en de Niko Tinbergen. Het regime in de gevangenis was niet echt streng en de gevangenen hoefden geen zwaar werk te doen. Ze kregen ook de vrijheid om filmavonden, cursussen, sporttoernooien en andere activiteiten te organiseren.

Een van die activiteiten was een bijeenkomst die in het teken stond van de grote Britse componist Willem Spark. De bijeenkomst werd gehouden op donderdag 24 juni 1943, precies honderd jaar na zijn overlijden. Willem Spark - wie kent hem niet? Dat hij een groot componist was, blijkt wel uit het feit dat de bekende Willemsparkweg in Amsterdam-Zuid naar hem is genoemd. Als zo'n straat naar je genoemd is, hoor je er echt bij. Een aantal sprekers (o.a. Wieger Bruin, dr. Onno Damsté, prof. dr. B.A. van Groningen, mr. C.J.G.M. Schölvinck) gingen uitgebreid in op Willem Spark en de betekenis van zijn werk, en op de piano werden enkele van zijn werken ten gehore gebracht. De lezingen werden na de oorlog gepubliceerd onder de titel The Spark papers. Inhoudende de redevoeringen uitgesproken bij de Willem Spark-herdenking in "Beekvliet", Sint Michielsgestel op 24 juni 1943.

De bijeenkomst was bijzonder interessant en een groot succes... maar ook een grote grap. In werkelijkheid had Willem Spark namelijk helemaal niet bestaan. De sprekers hadden alle verhalen bij elkaar verzonnen. En die Willemsparkweg in Amsterdam dan? Die is natuurlijk helemaal niet naar Willem Spark genoemd, maar 'gewoon' naar het Willemspark, en dat park ik op zijn beurt weer genoemd naar Koning Willem I. (In werkelijkheid heeft er overigens wel een Engelse musicus geleefd die 'William Spark' heette, maar die heeft niks met de Willem Spark uit dit verhaal te maken.)

De Duitse bezetter moest niks hebben van het Nederlandse koningshuis. Voor alle straatnamen die naar leden van het koninklijk huis waren genoemd, werden daarom tijdens de oorlog andere namen bedacht. Het verhaal gaat dat Amsterdamse ambtenaren het hernoemen van de Willemsparkweg hebben kunnen voorkomen door te stellen dat die weg niet naar Koning Willem I was genoemd maar naar de componist Willem Spark. Dat verhaal is echter niet juist. In werkelijkheid hoefden namelijk alleen straatnamen te worden hernoemd die waren afgeleid van leden van het koningshuis die nog in leven waren: Wilhelmina, Juliana, Bernhard, Beatrix en Irene. Koning Willem I was toen echter al honderd jaar dood en de hernoeming van de Willemsparkweg was helemaal niet aan de orde.

Een echte straat voor Willem Spark
De componist Willem Spark heeft dus nooit bestaan. Maar in Sint-Michielsgestel hebben ze tegenwoordig toch een straat die naar hem is genoemd. Aan de rand van het Duitse Bos ligt daar sinds 1986 de Willem Sparkweg. Dat bos is in de oorlog onder dwang aangelegd door gijzelaars uit het interneringskamp, en is in de volksmond 'het Duitse Bos' gaan heten. Aanvankelijk wilde men de straat ook 'Duitse Bos' noemen, maar dat voorstel stuitte op te veel bezwaren. Vandaar dat men toen besloot om de straat naar Willem Spark te noemen. Hij heeft weliswaar nooit echt geleefd, maar zijn verhaal is onlosmakelijk met het kamp en de locatie verbonden. De vernoeming is dus op zijn plaats.

Zijn er meer mensen zoals Willem Spark?
Blijkbaar is er in Nederland dus wel eens een straat naar een fictief persoon genoemd. Zijn er zo meer voorbeelden? Tja, het is maar net hoe je 'fictief persoon' definieert. Er zijn in Nederland bijvoorbeeld wel straten genoemd naar romanfiguren zoals Eline Vere en Max Havelaar. En er zijn straten genoemd naar stripfiguren zoals Kuifje, Jerom en Donald Duck. Maar dat is toch allemaal van een andere orde.

Het verhaal van Willem Spark is misschien beter vergelijkbaar met dat van Jean François Moufot. Die Franse wiskundige en filosoof is geboren op 13 maart 1784 en dat is vandaag precies 228 jaar geleden! Zijn baanbrekende werk is op zich al bijna voldoende om een straatnaam mee te verdienen, maar helaas voor Moufot heeft hij - net als Willem Spark - nooit echt geleefd. Het feit dat zijn biografie desondanks toch ooit meer dan vier jaar op de Nederlandse, Engelse, Duitse en Franse versie van Wikipedia heeft gestaan, maakt zijn verhaal misschien toch bijzonder genoeg voor een straatnaam. Als ze in Sint-Michielsgestel ooit een weg door het Duitse Bos gaan aanleggen, kunnen ze voor de straatnaam misschien nog eens aan Moufot terugdenken...

dinsdag 6 maart 2012

Buddingh'hof of Buddinghhof, wat moet je met die apostrof?

C. Buddingh' (1918-1985) was een Nederlands schrijver, dichter en vertaler. Hij vertaalde bijvoorbeeld de toneelstukken van Shakespeare in het Nederlands, maar hij is vooral bekend vanwege zijn vrolijke gedichten zoals die over de Blauwbilgorgel. Sinds 1988 wordt jaarlijks de C. Buddingh'-prijs uitgereikt voor het beste debuut in de Nederlandstalige poëzie. Iemand met een eigen poëzieprijs op zijn naam verdient toch ook wel een eigen straatnaam, zou je zeggen. Maar wat doe je dan met die rare apostrof in zijn naam?

Ik zal eerst even wat vertellen over zijn voor- en achternaam. Zijn officiële voornaam is Cornelis (met een C), maar zijn roepnaam was Kees (met een K). Als schrijversnaam gebruikte hij C. Buddingh', dus met alleen de initiaal. Zelf vertelde hij daarover: "Een heleboel mensen kunnen, vreemd genoeg, niet tegen initialen in schrijversnamen. Dat je als C. Buddingh' publiceert nemen ze - bewust of onbewust - ergens niet: die 'C' moet en zal een naam worden. En zo prijk je - zonder dat je het zelf wilt - op de meest uiteenlopende plaatsen als 'Cees', een voornaam die ik zelf wel als laatste zou uitkiezen." Maar dat is niet het meest opvallende aan zijn naam. Zijn achternaam eindigt namelijk officieel op een apostrof. Die wordt daar gebruikt als weglatingsteken (net als wanneer je het als 't schrijft en mijn als m'n). De naam Buddingh' is afgeleid van het oude boetrechtheer (boetingheer of buddingheer), waarbij de apostrof dus op de plaats komt van het weggelaten -eer.

Wat moet je nou met die apostrof als je een straat naar C. Buddingh' wilt noemen? Ik heb in Nederland vier plaatsen kunnen vinden waar ze een daadwerkelijk een straat naar deze schrijver hebben vernoemd. In de schrijversbuurten van Almere en De Meern hebben ze respectievelijk een Cees Buddinghstraat en een Cees Buddinghlaan. In beide gevallen laten ze de apostrof gemakshalve maar achterwege. En ook opvallend: in beide gevallen noemen ze hem Cees met een C, terwijl hij dat zelf nooit zou doen! In Hoorn in Noord-Holland hebben ze in één wijk allemaal Nederlandse dichters vernoemd. Tussen de Jacques Bloemhof, de Gerard den Brabanderhof, de Bertus Aafjeshof en de Gerrit Achterberghof ligt ook de Cees Buddingh'hof. Netjes met apostrof, maar ook hier schrijven ze Cees weer met een C. Een Buddinghhof zonder apostrof ziet er - door die dubbele h - wel vreemd uit, maar met apostrof oogt het toch ook wat raar. Maar ja, zo heette die goede man nou eenmaal.

In zijn geboortestad Dordrecht hebben ze een paar jaar geleden natuurlijk ook een straat naar C. Buddingh' genoemd. En niet zo maar een straat in een schrijversbuurt, maar een heus plein in de oude binnenstad.Het plein heet gewoon Buddingh'plein. Aan de discussie of hij C., Cornelis, Cees of Kees heette, hebben ze hun vingers hier maar niet gebrand, maar ze schrijven het hier in ieder geval wel netjes mét apostrof.

Als je op internet zoekt, kom je ook nog vaak de schrijfwijze Buddingh' Plein tegen, met een extra spatie. Blijkbaar raken mensen door die apostrof toch af en toe in de war. Volgens mij is het beter om na de apostrof een koppelteken in te voegen, net zoals we dat doen bij 65+-leeftijd, 10%-regeling, A4-formaat en 250cc-klasse. Dat is ook de oplossing die ze voor de C. Buddingh'-prijs hebben gekozen. Ik vind Buddingh'-plein ook wat duidelijker dan Buddingh'plein.

De apostrof is in deze straatnamen natuurlijk niet heel kritisch. Als je een postbode of politieagent naar het Buddinghplein of zelfs het Budding Plein stuurt, komt die waarschijnlijk ook wel op de goede plek terecht. Maar dat ene kleine krulletje maakt de straatnaam wel net af. Het is eervol als ze een straat naar je noemen, maar dan moeten ze je naam wel goed schrijven!